Categorized | Cases, Meedenken

Strategische koers na deze Olympische spelen… Kunnen we dit bedrijfskundig benaderen?

Posted on 20 april 2010 by Gastauteur

Dit voorjaar zijn de Olympische spelen afgerond, met voor Nederland wisselend verloop.
Over een ding zijn de kranten het wel eens: het is niet het resultaat wat we hadden verwacht. Tot zover kunnen we dit bedrijfskundig herkennen, in het bedrijfsleven gebeurd het ook wel dat de plannen en prognoses die zijn gemaakt, niet gerealiseerd worden. Tijd voor een evaluatie en het trekken van plannen voor de toekomst.

In de medaille top zijn we geeindigd op plaats 10. In de media is dit gepresenteerd als een sportieve crisis van minimaal de omvang van de huidige financiële crisis. Wat is er aan de hand? Kunnen wij, bedrijfskundigen en managers die gewend zijn naar strategieën, implementaties en resultaten te kijken, dit nu ook analytisch benaderen? Of een praktische oplossing bedenken? Een uitdaging…

Tegenvallers bij het schaatsen (over het ‘missen’ van twee gouden plakken van Sven door communicatieproblemen ga ik het hier niet hebben, daar is al genoeg over geschreven – maar laten we vooral ook even melden dat het dames schaatsen al een aantal jaren niet echt goed meer gaat. Is hier sprake van een ‘Dog’, of van een ‘Star’ die weer ‘Questionmark’ is geworden, in termen van de bekende matrix van de Boston Consulting Group?), een investering in een bobslee team (groeimarkt waar veel van werd verwacht) die niet van start is gegaan (mislukte marktintroductie?), en een onverwachte zege in de sneeuw (snowboardster Sauerbreij die als een soort zelfstandige BU zich los van het moederbedrijf NSF op de markt heeft voorbereid).

Intussen heeft moederbedrijf NSF strategische plannen voor de toekomst laten lekken. De ambitie is om in 2028 tot de top 10 van de wereld te behoren.

Nog wat aanvullende gegevens die van belang kunnen zijn voor onze analyse:
– hoe bepalen we het wel of niet behalen van de top 10? Is dit o.b.v. de olympische medialles (we staan nu op plaats 10 – is dit dan wel uitdagend genoeg?) Of is er een andere vorm van meting?
– gaat het alleen om wintersporten, of ook zomer sporten? Helder is in ieder geval dat het gaat om topsport.
– financiëring: voor investeren is geld nodig. Er zijn natuurlijk verschillende bronnen van inkomsten (sponsoren, overheid, de respectievelijke sportbonden die weer (mede)gefinacieerd worden door de leden in het land). De Nederlandse overheid heeft 1,5 mio extra geld toegezegd (lijkt veel, maar in Australië krijgt de sportbond 300 mio dollar per jaar. Bovendien: hoeveel is de toezegging waard als er een nieuwe regering komt?)

Hoe moeten we het sportbeleid anno 2010 duiden? Wat is hier nu echt aan de hand? Welke keuzes moeten we maken? Gaan we voor specialisatie op waar we goed in zijn (zoals verder met schaatsen)? Of willen we ontwikkeling in de breedte (gezien ons succes met snowboarden)? Met andere woorden: hoe moet de BV Nederland nu verder met de activiteit sport? Is er eigenlijk nog wel bestaansrecht voor een topsport organisatie (NSF) in ons land heden ten dage?

Ik ben benieuwd naar jullie overwegingen…

Marischka

(artikel is eerder in aangepaste vorm gepubliceerd in maart 2010 in de LinkedIn groep Bedrijfskundig Spotten)

Over Gastauteur

heeft 11 berichten geschreven op deze blog.

Tags | , , ,

3 Responses to “Strategische koers na deze Olympische spelen… Kunnen we dit bedrijfskundig benaderen?”

  1. Wim zegt:

    Om maar eens met het laatste te beginnen: ik denk dat er zeker bestaansrecht is voor een topsport club. Het is belangrijk voor de uitstraling van ons land, goed voor het Nederland gevoel (je hoeft over een maand maar eens te kijken naar alle oranje versiering als we aanstormen op de WK)en de promotie van sport is belangrijk als we kijken naar een van de grootste prblemen vor de toekomst: overgewicht en vergrijzing. Bestaansrecht is er dus zeker!

  2. Loes van straten zegt:

    Leuk, zo’n meedenk onderwerp. Sluit mooi aan bij een stukje dat ik maandag in de Telegraaf zag staan: de Lotto, die blijkbaar de grootste sportsponsor is van Nederland, geeft 51,6 miljoen aan NOC*NSF. Hiermee wordt deelname aan de olympische spelen mogelijk gemaakt, maar wordt ook geld gegeven aan locale clubs voor het verlagen van de contributies. Dit sluit aan bij de reactie van Wim dat het zowel om topsport als om locale sport voor ons moet gaan.
    Leuk vond ik ook dat Pieter van den Hoogenband (die uit ervaring weet wat het is om topsport te doen) in hetzelfde artikel aangeeft dat het nu niet goed gaat met het sportbeleid. Ik typ even een stukje van het artikel over (had de krant gelukkig nog liggen):
    “De zwemkampioen vindt dat er vooral kansen gemist worden bij de jeugd. Zo krijgt jong talent niet de juiste begeleiding en faciliteiten geboden. ‘Niet dankzij, maar desondanks komen talenten boven drijven. Als je terugkijkt naar de winst op de spelen van 2000 was het de eigen stal van Anky van Grunsven waarmee ze medailles won. Loentien van Moorsel die het met haar eigen wielerploeg klaarspeelde. Mark Huizinga die judode bij zijn eigen club.’ Ook zouden de bonden vaker over de schutting moeten kijken naar succesvol beleid in andere landen of zelfs dichter bij huis.”

    Nu de vraag ligt om dit eens gestructureerd te bekijken, met modellen die wij op de zaak gebruiken zou ik zeggen;
    - BCG matrix omdat Question markt dus niet altijd gespot worden en doorontwikkeld tot Stars en Cash Cows (in termen van de medialle winnaars)
    - en iets over organisatiestructuur omdat er nu teveel hokjes zijn waardoor er geen optimale samenwerking is.


Leave a Reply

Quote

Tegenwind, daar groei je van. Op die manier krijg je goede wortels en sta je vast in de grond. — groep Quercus, Slotdag IBO

Categories

Nieuwsbrief

Related Sites